Reisverslag Familie Smit 2012

Reis van de familie Smit naar Costa Rica en het Maquenque gebied.

De familie Smit, participanten in het bos Copalchi van Oasebos, gingen in juli 2012 naar Costa Rica voor een rondreis van 14 dagen, met de  vlucht meegerekend 17 dagen.

De eerste dag in Costa Rica bezoeken ze een paar bezienswaardigheden in San José. Omdat Costa Rica nooit een belangrijk land voor de Spanjaarden was en omdat er ook veel weer verwoest is door de regelmatige aardbevingen, is er in San José niet veel te zien. Slechts overblijfselen van de opkomende koffie-economie in de periode van 1850 – 1900. Dus grote herenhuizen in koloniale stijl van die tijd en het Nationaal Museum in een oude kazerne. Sinds 1948 heeft CR geen leger meer.

Zij bezochten Tortugero in het noordoosten.  Een Caribisch regenwoud gebied, dat alleen met de boot en vliegtuig te bereiken is. Het gebied is bekend om rivierdelta’s en vele kanalen die er later gegraven zijn (begin 1900) en  de dichte wouden doorsnijden. Hierdoor kan je makkelijk ver in het woud komen om kennis te maken met de flora en fauna. Het is incl. de zee een Nationaal Park.

Daarnaast is Tortuguero een strandgebied waar drie grote zeeschilpadden aan land komen (Lederschildpad, de Groene Zeeschildpad en de Karetschildpad)  om hun eieren te leggen in kuilen op het strand. In bepaalde jaargetijden kan je dit (heel voorzichtig met gidsen meemaken in de nacht).

Dit was een georganiseerde toer vanuit San José, omdat het alleen zo te bereiken is met een watertaxi van de lodge aldaar.

Vervolgens hebben ze met een huurauto hun rondreis voortgezet.

Eerst naar Boca Tapada aan de Rio San Carlos in het hart van het Maquenque gebied. Om kennis te maken met de kenmerken en flora en fauna van het bos waarin zij participeren. Hierna zal ik dit verslag bijna letterlijk overnemen.

De Smit’s hadden hun reis zo gepland, dat ze steeds drie nachten in een hotel op een plek waren. Dan kun je het meeste genieten van de plaatselijke natuur en enkele tochten maken en andere activiteiten doen.

Van Boca Tapada naar de vulkaan de Arenal bij de plaats La Fortuna. Een paar uur verder naar het westen in Costa Rica. De Arenal is een actieve vulkaan, die dagelijks rook en soms meer of minder lava uitstoot. ’s Avonds kan dat een spektakel zijn. Echter de vulkaan is alweer twee jaar vrij rustig en een groot deel van het jaar ook gehuld in de wolken en dan is er weinig te zien. Daarnaast zijn er enkele warmwater rivieren, die uit de vulkaan ontspringen. In enkele installaties hebben ze daar zwembaden omheen gebouwd  en kan je lekker relaxen in dit warme tot hete water.

Dan weer een reisdag op naar Rincon de la Vieja. In de “droge” provincie Guanacaste – noordwesten van Costa Rica. Deze provincie is 6 maanden droog en heet en 6 maanden hebben net zoveel regen als de rest van Costa Rica.

Rincon de la Vieja is ook een actieve vulkaan (CR heeft ca. 30 vulkanen en 6 zijn actief). Een vulkaan is actief als er de laatste 50 jaar een uitbarsting is geweest of  als hij nog rookt, enz. Rincon de la Vieja heeft aan de voet z.g. “fumaroles”, die actief zijn. Dit zijn gaten in de grond waar constant sterk zwavelhoudende stoom uitkomt dat zich vermengt met grijze modder.

De natuur in dit gebied is compleet anders dan de eerder bezochte gebieden omdat tropisch droogwoud is.

Na Rincon de la Vieja vertokken ze naar Monteverde. Een nevelwoud gebied op zo’n 1.400 meter hoogte. Hier bevindt zich een van de grootste privé beschermde gebieden van Costa Rica. Zo’n 10.500 ha. Opgericht door Amerikaanse boeren in de jaren 50 van de vorige eeuw. Zij vertrokken hiernaar toe om niet naar een van de vele oorlogen waar Amerika bij betrokken was, uitgezonden te hoeven worden. Zij verplaatsten hun boerenbedrijf  naar dit gebied en kochten hiervoor een zeer groot gebied. Het bos hebben ze vanaf het begin beschermd. En hebben biologen van de hele wereld uitgenodigd om de flora en fauna te bestuderen en met name hun kinderen hiervan kennis te laten nemen. Deze streek is nadien uitgegroeid tot een van de bekendste nevelwoud gebieden in Costa Rica. Je kan van het woud genieten door er doorheen te lopen met gidsen of er overheen met enorme hangbruggen.

Na drie nachten Monteverde vertrek naar Manuel Antonio in het middenwesten van Costa Rica. Aan de kust van de Pacific of Stille Oceaan. Hier ligt een van de kleinste maar ook erg mooie Nationale Parken van Costa Rica. Het park strekt zich uit langs de kust en kent natuurlijk weer een compleet andere flora en fauna en aan deze kust vind je ook mangrovebossen bij de riviermonden.

Van hieruit terug naar San José waar de volgende dag het vliegtuig, via Panama, terug naar Nederland vertrekt

Het bezoek aan het Maquenque bied – Boca Tapada in hun eigen woorden (de familie Smit zijn met z’n vijven, twee volwassenen en 3 kinderen. Ieder schrijft een stuk in het dagboek, dus de schrijver wisselt. Het dagboek omvat 30 pagina’s, dus hebben we ons beperkt tot dit deel):

29 juli 2012 Op weg naar Boca Tapada

Vandaag wordt de langste dag reizen en misschien wel de meest uitdagende. Immers na het ontbijt gaan we met de watertaxi terug van Tortuguero naar de opstapplaats van de bus. Bij het eindpunt krijgen we lunch en de huurauto. Dus dat wordt zelf rijden! Papa kijkt hier toch wel wat tegenop. We zullen om toerbeurten rijden en hopen voor het donker in Boca Tapada aan te komen. Waar we met een watertaxi zullen oversteken naar de ecolodge. We zijn erg benieuwd want dit is op aanraden van Stichting Oasebos. De ecolodge ligt middenin het Maquenque gebied alwaar we samen 2,5 ha grond ‘bezitten’ om de natuur te beschermen via Stichting Oasebos. De kinderen hebben ieder een halve ha. en wij een. Via tante Rosl zijn we hier in beland. Mama’s vader en moeder hebben de kinderen ieder een ha. geschonken. Dus een bezoek aan Costa Rica staat sindsdien op het verlanglijstje van mama.

Nog een kleine bijzonderheid. HiĂ©r in de tropen is het rioolstelsel niĂ©t afgestemd op closetpapier, dus gelieve dit in een emmer te deponeren…

Er is vanochtend lichte paniek. We komen de gids tegen en hij zegt dat er flink wat problemen zijn vanwege de regenval. San JosĂ© is op dit moment niet te bereiken. De wegen zijn in slechte staat. Hij zegt ook dat we niet naar Boca Tapada kunnen rijden. En dat we wellicht beter hier kunnen blijven omdat we niet verder kunnen gaan dan Rio Dante. Dat de huurauto er waarschijnlijk ook niet zal zijn en dat we daar niet kunnen slapen….

Enfin direct het noodnummer van Wereldcontact (het reisbureau) gebeld en tegelijkertijd heeft onze gids met de rental company contact. De auto zal er zijn en de wegen naar Boca Tapada zouden goed bereikbaar moeten zijn. Binnen 10 minuten krijgen we dat ook bevestigd van Wereldcontact. Gelukkig maar. Voorts heeft Wereldcontact onze mobiele nummers gegeven aan de lokale reisorganisatie Costa Rica services. Als er iets zou veranderen dan worden we gebeld.

Alleen we kunnen hier voorlopig nog niet weg! We zouden om half 10 vertrekken en nu is het al half 11. Het wordt altijd na de middag dat we vertrekken. Gelukkig is het opgehouden met regenen.

Het enige is dat we nu riskeren dat we het laatste stuk moeten rijden in het donker… we zullen zien.

Rond twaalf uur vertrokken we. Hoog water en een zeer sterke stroming. We zijn een van de weinigen die vertrekken. Normaal is het een komen en gaan van mensen. Wel 1.000 op een dag. We wachten op onze bus bij de overstap en zijn rond drieën bij Rio Danta.

Het schiet aardig op. De wegen zijn best goed. In de bocht moeten we uitkijken voor grote Amerikaanse lijkende vrachtauto’s. Die gaan zo in de bocht hangen en gebruiken de hele weg.

Veel bruggetjes met slechts een rijbaan. De navigatie kent Boca Tapada niet (later wel, het heette alleen net anders).

Dus we volgen wat borden en vragen hier en daar het na. Het laatste stuk is onverhard – wel 34 km… We komen aan rond 19.00 uur. Het laatste uur in het donker, dat viel niet mee. Hult en bult. Maar we hebben een 4-wiel drive. En gelukkig past de bagage er uitstekend in.  We steken met een bootje de snelstromende en hoogstaande rivier over. Aan de overkant ligt de prachtige lodge. Het is moerasgebied en er is sprake van een waterdelta. We grenzen aan Nicaragua. Speciaal hier beschermen we de bijna uitgestorven grote groene ara (Great green Macaw). Het gebied is genoemd naar de Maquenque – een ‘wandelende palmboom. ‘ die kan wel een meter ‘lopen’ op zijn hoge wortels. Op zoek naar licht.

We worden hartelijk ontvangen. Er zijn niet veel gasten. We vertellen dat we via  Stichting Oasebos hier zijn aanbeland. En wat we steunen (de aankoop van lokaal natwoud ter bescherming van de natuur). De eigenaar runt dit en nog wat zaken in de buurt samen met zijn ouders en broers en zus. Ecolodge betekent geĂŻntegreerd in de natuur en gericht op natuurbescherming hier met behoud van wat kleinschaliger economie bv in de vorm van beperkte landbouw. De lokale bevolking  wordt zoveel mogelijk betrokken bij de natuurbescherming (bv het tellen van sommige vogelsoorten) en het belang daarvan. We gaan direct aan tafel en krijgen een lekkere schotel geserveerd. De gids komt en we nemen de verschillende opties door. We besluiten om met hem mee te gaan op een birdwalk om 6 uur (hier zit 60% van de totale variĂ«teit van Costa Rica ).  Dan ontbijt en dan om 9 uur zo met de boot richting de delta van de Rio San Carlos en de Rio San Juan op grens van Nicaragua. Dan lunch en dan een paar uur wandelen. Dan een nightwalk net voor het avondeten om 18.00.  Een druk programma, maar we zijn enthousiast – op eentje na. Die wilde toch liever een rustdag – enfin we zijn nu hier…

We lopen over een brug over het water met de eigenaar naar de cabins. De zaklantaarn verraadt meteen de krokodillen en kaaimannen in het water. Hun ogen lichten op. Gaaf!

De cabins zijn erg mooi. Lijkt op Tanzania. Rond tienen naar bed. Het regent weer. De geluiden zijn anders. Truste!

30 juli 2012 – In Boca Tapada

De hele nacht heeft het geplensd. Gelukkig is het de hele dag door en avond droog gebleven, het is 6 uur in de morgen 31 juli. Gister hebben we zo’n druk programma gedaan dat we rond tienen moe en voldaan in bed zijn gerold. Jannick loopt net de brug over om met Pablo (de lokale natuurgids) de birdwalk weer te doen. Er zijn gister nog 7 gasten gekomen. Die hadden geen interesse. En verder hebben we hier gister alleen gezeten met ons gezin! Met Pablo hebben we gister veel lol gehad. Hij is een echte kenner. Met name vogels (als ik aangeef dat we de white whiskered puffbird hebben gezien, zegt hij direct white necked puffbird – en bij het zien van de foto werd dat bevestigd). En bovenal; hij kan geweldig goed overweg met de kids.

De ecolodge is een park op zichzelf. Het ligt rondom waterplassen in het tropisch natwoud (niet te verwarren met tropisch regenwoud). De vochtigheidsgraad is hoog.

Rondom het main gedeelte lopen we met twee andere toeristen (die vertrekken vandaag) en Pablo met laarzen door het natte gras. In de minder dan twee uur tijd spotten we meer dan 40 vogelsoorten! Pablo heeft ons een vogellijst gegeven in de avond. Deze dag zien we weer bijna 55 vogelsoorten. Zou een paradijs zijn geweest voor tante  Rosl en ome Eduard. Een vogeltje is heel bijzonder. Pablo heeft deze maar 3 keer in zijn leven gezien. De naam zou ik zo niet meer weten. Voor mama is het bijzonder dat we de groene ara zien overvliegen. Deze is zeldzaam en er zijn nog maar ca 40 koppels over. In totaal zo’n  250 vogels. Dat en de boom waar de ara van afhankelijk is, de amandelboom beschermen we hier via Stichting Oasebos. En natuurlijk de tapirs en de Jaguar (zeer zeldzaam om te zien, onze gids heeft deze nog maar 3 keer gezien). We kijken onze ogen uit hoe de kolibrie de nectar uit de bloemen haalt. Eveline maakt er prachtige foto ‘s van. Zelfs de gids is er van onder de indruk. Later wisselt is Jannick via Facebook connected met Pablo. We zullen een foto hiervan opsturen en een filmpje wat Johan gemaakt heeft van 2 howlermonkey’s op een tak en wij die zingen in de boot ‘sex on the tree’ ( ipv sex on the Beach).

We krijgen een heerlijk ontbijt geserveerd. Altijd alles met rijst en zwarte bonen (en dat geldt ook voor de lunch en diner). Bij Jannick komt dit zijn neusgaten uit.

Rond negenen vertrekken we met Jason als kapitein en Pablo en wij met zijn vijfjes. Een lekker gevoel. De rivier staat hoog en er staat een sterke stroming. Er komt een zaagvormig vis in voort die wel 8 meter lang kan worden, haaien komen hier uit de oceaan – 60 km – landinwaarts hun eieren leggen, er zitten krokodillen en kaaimannen. Kortom not the place to be…

Een middelgrote krokodil ligt stil op de kant. We zien spidermonkey’s en nog meer vogelsoorten. Prachtige papegaaien (rode Macaw) en toucans. Het water is viesbruin gekleurd. Onderweg wisselt het landschap zich af. Natwoud en veeteelt. We arriveren aan de grens. Met de boot varen we achterwaarts net de grens over. In deze streek komen nog al eens conflictjes voor. Costa Rica heeft geen leger en de politie bezet daar een grenspost en is alert.

We meren af bij Boca San Carlos. En moeten onze paspoorten laten zien bij de grenswacht. Het dorpje is verspreid over de twee kades. 75% is jeugd. Er gaan in totaal 130 kinderen hier naar school. Het is straatarm. Er bestaat geen lokale economie. Mensen (buiten de leraren en politie – die zien er wel doorvoed uit) hebben geen salaris. Ze moeten jagen om te kunnen overleven. Jannick heeft de grootste moeite met het feit dat zij de dieren, waaronder tapirs, doodmaken en opeten. Pablo geeft aan dat ze geen andere keus hebben. Hoewel ze ook niet hulp van de overheid willen aannemen.

Er is stroom, geen wegen (geen auto’s) – wel aan de andere kant van de kade-  en wifi! Hoewel de mensen geen mobiele telefoons of computers hebben… De kinderen hebben meteen verbinding. De honden daar zijn broodmager. Rosemarie  heeft wat stiften bij zich en daar waar een paar kleine kinderen met een knikker aan te spelen zijn, laat Rosemarie de kinderen ieder een kleur uitzoeken (we hebben eerst gevraagd aan Pablo of dit gebaar goed ontvangen zou worden – en dat was zo). Ze zijn zeer vereerd willen op de foto. De kinderen gaan in kobaltblauwe uniformpjes naar school. Als de school uit is ontstaat er een lange wachtrij bij een soort houten overkappinkje. Ieder gaat daar de tanden poetsen. Om de lokale economie en de gemeenschap te steunen wordt ons gevraagd wat te drinken te bestellen en de fooi te laten zitten in de plaatselijke bar. Dat doen we graag. We bestellen een limonbiertje en krijgen dat  geserveerd met een servetje in de opening. Dat is om het mondstuk schoon te maken. Er kunnen vleermuizen of ratten aan gesnuffeld hebben in de krat… mama besluit voor elk kind in het dorp een snoepje te kopen. Komisch gezicht. 130 snoepjes tellen. De telmachine moest er aan te pas komen om terug te rekenen wat het kost. 6 snoepjes voor 100 colonnes (20 eurocent). We rekenen af in USD – vinden ze helemaal geweldig – en onze kinderen beginnen met uitdelen en geven het restant aan de leraar Engels van de school voor de andere kinderen. De bootjes varen op en neer tussen de twee kades.

Tijd om terug te gaan. Na enen (ipv twaalven) komen we aan in de lodge. We krijgen de lunch – maar weer veel te veel – geserveerd. Iedere keer als we gaan eten hier krijgen we een ander versgemaakt sapje. Vanochtend was het wortelsap – niet de favoriet – van Jannick..

Het wordt haasten om de laarzen weer aan te doen en een trail door het bos te gaan lopen met Pablo. Je mag hier alleen rondlopen, maar is zeker niet aan te bevelen (geldt overigens voor heel Costa Rica. Alles kan zo giftig zijn…)  Zeker niet als we aan het einde van het trail – geheel naar genoegen van Jannick – een giftige zwarte slang tegenkomen. De gids heeft het er ook niet op. De slang heet hog nosed pitviper.

Direct als we gaan lopen wijst Pablo op een spoor in de modder. De voetafdruk van een voor en achterpoot van een wasbeertje. Niet ouder dan een dag. Verderop wijst hij op een boom die vol zit van de sporen van katachtigen. Hun klauwen hebben op  de boomschors gekrast. Ze klimmen in de bomen voor goed uitzicht. En rond vieren in de ochtend klimmen ze omhoog om voor het ochtendgloren een aap te vangen.

We zien kikkers – allen giftig – insecten – een kevertje dat kan plassen met een temperatuur van 105 graden en de huid van iemand verbranden! Jannick spot wederom een wandelende tak – hoe is het mogelijk, zelfs de gids heeft deze hier nog niet gezien – verder zien we de wandelende palmboom en de maquenque. Deze lijken veel op elkaar. Beiden staan hoog op de wortels. Zijn kunnen de stam bewegen naar de zonstand en lijken zich voort te bewegen door alsmaar groeiende wortels uit de stam naar beneden. Maar de Maquenque is bijzonder smakelijk. Lokaal noemt men dit de boterboom en is dus inmiddels bedreigd. Voorts zien we een grote varen/palm (thuis ook zo’n kamerplant).  Die is in staat om haar lange gerekte in een spits lopend uiteinde blad zelfstandig te laten bewegen. Een komisch gezicht.

Ik heb steeds het idee dat we door een hele berg grote kamerplanten lopen. Er zijn bomen van 150 jaar oud. Met name te zien aan lianen (de airplants).  Is een liaan van 200 jaar oud. Bomen met aan het uiteinde roodgekleurde bladeren, die lijken op bloemen van een afstand. Kleine orchideeën.

Hordes mieren. Te veel en te mooi om op te noemen.

Pablo en met name Jannick en Eveline zijn continu aan het dollen, ‘bugs bunny’  etc. Pablo wil echt Nederlands leren en Frans en Duits. Nederlands probeert hij met ons te oefenen.

Rond vieren even wat kouds drinken? Nee hoor, Pablo vindt dat we nog met zijn allen moeten gaan kanoën. Op zich een mooie ervaring, maar  hebben niets gezien.

Tegen halfzes toch nog een koud drankje en we gaan direct door met de nightwalk. Twee Duitse gasten gaan met ons mee. 80% van de mammals (zoogdieren) zijn nocturnal (voor Jannick – hij kan alsmaar niet onthouden dat dit betekent nachtdieren).  We starten rondom het zwembad en het is ongelooflijk hoeveel kikkers, met name die felgroene (symbool van National Geografic) er zitten. Overigens is die felgroene niet giftig.

Voorzichtig lopen we een stukje door het trail wat we die middag ook hebben afgelegd. Pablo zegt dat de giftige slang er nog moet zijn. Elk jaar op dezelfde plek ontmoeten mannetje en vrouwtje elkaar. En het is het voortplantingsseizoen. We zien verschillende sprinkhanen, een zeer klein bruin kikkertje – gespot door Jannick – . Mama blijft in de buurt van Jannick (geheel tegen zijn zin in), opdat hij niet overmoedig gaat worden. We hebben allemaal een stok en dat voelt wel veilig aan.

Rond halfacht aan tafel. Moe maar voldaan. Het is weer veel teveel wat er wordt geserveerd, maar wederom erg lekker. Met Pablo hebben we nog veel plezier aan tafel. Het liedje “you are beautifull”  wordt op de tablet afgespeeld. Dat heeft hij namelijk de hele dag gezongen. Servetten in de lucht en meezingen maar.

En vervolgens valt Pablo en de eigenaar van de stoel van het lachen met de You Tube film van Adam en Eva (die waarin Adam homo is). Pablo gaat de andere dag met Jannick nog een birdwalk doen en doet Adam regelmatig na…

31 juli 2012 – Klaarmaken voor vertrek

Het is inmiddels halfacht. Het dagboek is zowaar weer bijgewerkt. Er is vanaf zessen al veel bedrijvigheid. Jannick met Pablo op pad (Jannick heeft weer 10 nieuwe soorten gezien vandaag), de keukendienst, de conciërge op de minitractor met aanhangwagentje (onze bagage is hiermee verplaatst van de kade naar onze cabin). Johan werkt aan de hand van het vogelboek van tante Rosl en ome Ed de vogellijst bij. Dan wordt er op de deur geklopt. De conciërge.

Johan is inmiddels al een half uur weg om de auto te verplaatsen. De laatste brug hier naar toe (baileybrug) wordt weggehaald en de kades worden hersteld om deze brug weer terug te plaatsen (op de heenweg was dat ook een raar punt – gelukkig een 4-wiel drive, ik geloof niet dat we anders van de brug af hadden kunnen rijden). Dus de auto moet over deze brug in het dorpje hiervoor gezet worden. Ik neem aan dat we straks met de boot die kant opgaan met bagage.

Inmiddels een fikse plensbui en Jannick die de camera heeft teruggebracht. 

Ik ga nu mijn koffer verder inpakken en mezelf gereedmaken voor het ontbijt.

We ontbijten samen als papa terug is. De auto staat inderdaad in het dorp bij iemand op de ‘plak’.  We maken nog een groepsfoto, rekenen af.. en nemen afscheid (best wel een beetje erg om afscheid te nemen). Het giet er weer uit. We gaan naar de boot. En moeten een eindje varen naar het dorp toe. En we worden lekker nat aan een kant in de boot. Er zit immers alleen een dakje op. Gelukkig toch maar fatsoenlijke regenjassen gehaald, voor we gingen en kleine paraplus. We moeten een steile trap op en de bagage wordt ingeladen in de auto die papa al gehaald heeft.

Op weg naar Arenal….