Reisverslag Hylke Sierksma 2010 – 2011

Inleiding.

Jaarlijks bezoek ik Costa Rica en de Oasebos projecten. Omdat het jammer is dat ik daarover nooit openbaar gerapporteerd heb, doe ik dat nu maar eens uitgebreid. Vorig jaar was ik vanaf eind november tot medio januari 2011 in het land waar Oasebos zijn bosprojecten heeft. Ik heb diverse mensen gesproken en de zaken van Oasebos besproken en gecontroleerd.

Bezoek aan de Nederlandse ambassade in San José.

Voor mijn eerste bezoek had ik al de contacten gelegd in Nederland. Onze ambassadeur de Heer Martthijs van Bonzel was enthousiast over de Oasebos projecten en ik had ook een vraag voor hen: met welke locale organisatie zou Oasebos zijn werk succesvoller kunnen voortzetten?

De ambassade (www.holanda.cr) gelegen in een moderne kantoorwijk in het westelijke deel van San José is een stukje Nederland in Costa Rica en de ontvangst was aller vriendelijkst. Samen met de economische attaché Hans Buhrs ontvingen zij mij. Voor het antwoord op mijn vraag verwezen zij mij naar de directie van INBio, waar ik later ook contact mee heb gelegd.

Bezoek El Salto.

Het bos El Salto ligt bij het plaatsje Monte Romo, zo’n half uur rijden zuidelijk van Hojancha over een grintweg, de berg op. In de provincie Guanacaste en zo’n 500 m boven de zeespiegel. In deze provincie begint in december het droge seizoen, de zomer. Die duurt daar zes maanden. Guanacaste is daarom de vakantieprovincie bij uitstek en talloze Amerikanen en Europeanen hebben hier een tweede huis. Aan de stranden en diverse golfbanen, die er inmiddels zijn aangelegd. Maar er is ook nog veel natuur, waar de regio Hojancha hard aan werkt om dat in stand te houden en te repareren.

Voordat ik hiernaar afreisde had ik in San José twee borden laten maken, omdat wij subsidie ontvangen van http://www.fonafifo.go.cr. Voor El Salto en Copalchi. Wegens deze subsidie is het nodig dat te melden aan de bezoekers.

Dus met een bord op pad naar El Salto. In Hojancha had ik afgesproken met Jitte Coers en Huite Zijlsta onze officiële vertegenwoordigers in Costa Rica. Gedrieën gingen we verder de berg op. Aangekomen bij het huis van Carlos Gonzalez, onze boswachter, bleek hij ziek te bed. Gelukkig was zijn jongste zoon bereid om ons te helpen. Hij zadelde de twee beschikbare paarden en toen gingen we op weg. Twee te paard en twee te voet en dat wisselend.

Vanaf de openbare weg bij het huis van Carlos moet je ruim een uur de berg af lopen, dus later weer op. Sommige stukken zijn angstig stijl, vooral als je dat te paard moet doen. Maar de omgeving doet veel goed. Een geweldige natuur. Groen en bloemen, want de waterval zorgt in deze streek ervoor dat het in het gehele jaar groen is. Dat is niet het geval in alle streken van de provincie. Daar vallen de beken en riviertjes droog en verdort alles. Hier niet dus! Zeker als je lager komt. Op de achtergrond hoor je brulapen, die je verwelkomen en verder tal van vogels.

Aangekomen bij de rand van ons bos hebben we het bord aan een boom gespijkerd. Huite en Jitte zijn nog even langs de rivier aan een zijde van het bos opgeklommen en ik ben met de zoon van Carlos langs de andere kant van ons bos gelopen. Alles in orde! En toen weer terug. Weer ruim een uur maar dan omhoog. Zo’n honderd meter. Terug in Hojancha ben ik nog even langs www.Cachforestal.com gegaan om de mensen te ontmoeten, die voor ons het bos beheren. Daar heb ik gesproken met de regente forestal, de officiële bosbouw ingenieur, die verantwoordelijk is voor het beheer van El Salto en de directeur. Zij vertelden mij dat ze medio januari weer een inspectie bezoek zouden doen. Ze waren blij te zien dat het bord er al hing. Ik kon ze de foto’s tonen.

Toen weer vijf uur terug naar San José. El Salto ligt op ca. 250 km van San José, maar in Costa Rica reken je een afstand niet in km maar in uren. Je moet altijd weer omhoog naar 800-1.500 meter. En niet over snelwegen, maar voor onze begrippen tweebaanswegen door de bergen.

Bezoek aan Copalchi

Dat is dit jaargetijde soms een ramp. Dit jaar bleef het regenen, met als gevolg gesperde wegen door landslides en ondergelopen land. Kortom, bijna onmogelijk om vanuit San José richting het noorden te gaan. Omdat ik toch wel even het bord op wilde hangen, besloot ik uiteindelijk om in ieder geval dichter bij te zijn. Dus begin januari richting Sarapiqui. Of zoals het officieel heet Puerto Viejo de Sarapiqui. Deze plaats ligt aan de Rio Sarapiqui. En vroeger was dit een plek waar de boeren uit de streek via de rivier hun goederen brachten naar de monding van de Rio San Juan in Nigaragua, om ze daar te verkopen voor verscheping naar Europa of USA.

In Sarapiqui was ik welkom in de bed&breakfast van Alexander Martinez. (http://www.andreacristina.com/references.html) Hij is de eigenaar van El Cerrito, het bos van 66 ha. waarvoor we een voorlopig koopcontract hebben afgesloten. Alexander is officieel natuurbeheerder en samen met zijn zoon gids voor de omgeving. Daarnaast heeft hij ook een opvangcentrum voor bedreigde dieren uit de regio. Zie: (http://www.tierrahermosacenter.org)

Aangekomen in Sarapiqui bleek het onmogelijk om verder te gaan. Het bleef regenen en dat hield aan voor driedagen. Omdat ik toch wel mijn missie wilde voltooien, hadden wij gepland om in ieder geval zondag te gaan.

Gelukkig beschikte Alexander over “sneeuwkettingen”. Ik had voor deze tocht een Toyota Hi-Lux vierwiel aangedreven pick-up gehuurd. Dus op alles voorbereid.

Zondag bleek een echte “zondag”. Het weer sloeg ineens om. Een zonnige dag, zonder regen. Dus gingen Alexander en ik vroeg op pad. Nu niet via de weg langs de Rio Sarapiqui. Maar eerst naar het westen richting La Virgen en dan naar het noorden naar Pangola. Daar was een hangbrug over de Rio Torro. Net breed genoeg om met ingeklapte spiegels de rivier te oversteken.

Daarna verder naar het noorden, via Golfito naar het punt waar de Rio Torro in de Rio Sarapaiqui samenkomt. Daar ligt het weggetje naar ons bos Copalchi. Inmiddels hebben ze daar een schooltje gebouwd, dus het is meer herkenbaar. Want bij elke school in Costa Rica hangt de nationale vlag uit.

Tot hier was de weg redelijk verhard en onderhouden. Soms wel even een brug waar de beek nog overheen stroomde, maar zonder ernstige problemen. Nu begon het echte werk. De laatste kilometers zijn onverhard en na zo’n regen periode is dat geen sinecure. Veel beken lopen nog over de weg en je moet een aantal heuveltjes op en af. Dat is zelfs met een vierwiel drive onmogelijk. Dus gingen de sneeuwkettingen erom.

Ilian Esquivel, die de zorg heeft over zijn vee bij de buren en ook zorgt dat onze grenzen vrijgehouden worden, was inmiddels ook aangekomen. Om migratie van dieren mogelijk te houden span je geen prikkeldraad, maar maak je een “caril”, een soort open weggetje tussen het ene bos en het andere.

Gedrieën gingen we verder. Zo’n 6 kilometer door de bagger. Onderweg lag een grote kaaiman ons geduldig na te kijken en waren grote koningsgieren met een dood dier druk in de weer. Als chauffeur kan je dat alleen uit je ooghoeken bekijken, want je hebt je handen vol om de auto door de beekjes en over de glibberige weg met diepe sporen te manoeuvreren. Het laatste stuk konden we niet meer gemotoriseerd verder, dus de auto aan de kant, om later te kunnen keren. Niet zo’n gelukkige manoeuvre, want toen zaten we vast. Voor later zorg!

Verder te voet. Nog een paar kilometer, met het bord van Fonafifo op de rug op weg naar de ingang van het bos Copalchi. Laarzen aan en lopen maar. Ook geen pretje, als je dat niet zo gewend bent, zoals Ilian of Alexander. Gelukkig maakte het weer het weer goed. De zon scheen volop, maar dat maakte de “wandeltocht”ook weer zwaar. Alles is sompig en het vee van de buren, heeft de weg er niet beter op gemaakt. Op enkele plaatsen kruip je over of onder omgevallen bomen door. Als westerling denk je dan: Niet alles aanpakken om je vast te houden, want daar zitten slangen en uitkijken waar je je voeten neerzet, want daar kan ook een slang liggen te slapen, enz. Er zijn ook struiken waar je je aan kan “branden”. Kortom het blijft spannend, maar altijd mooi als belevenis.

Ilian had met vijf man de carilles net schoon gemaakt, dus dat wilde hij demonstreren. Op een kruispunt besloten wij het Fonanfifo bord op te hangen. Even klimmen, wat loze takken weghalen en vervolgens gewoon timmeren aan de boom. OK! Dat hangt.

Inmiddels het 3 uur in de namiddag, dus maar op weg terug naar de auto. Want die was ook vastgelopen. Daar zijn we toch ook weer een uurtje mee bezig geweest om hem weer op gang te krijgen. Gelukkig dat we ook nog een schop meegenomen hadden. Samen met een hoop varens, lukte het uiteindelijk de auto weer uit de bagger te krijgen.

Nog een uurtje worstelen terug naar de verharde weg. Kettingen er weer af. Ilian thuis gebracht en toen terug naar Sarapiqui.

Over de normale brug over de Rio Torro en vervolgens langs de oevers van de Rio Sarapiqui, zonder problemen weer naar het zuiden: Puerto Viego de Sarapiqui. Het begon net donker te worden toen we daar aankwamen. In de tropen van Costa Rica is het rond zes uur ’s avonds donker.

Een bezoek aan El Cerrito, ons nieuwe bos, dat hemelsbreed slechts vier km noordelijk van Copalchi ligt zat er dus helaas niet in. Een volgende keer dan maar.

Nog een nachtje Sarapiqui en de volgende dag terug naar San José. Anderhalf uur rijden de hoogvlakte op en door het geweldig mooie nevelwoud van het Brauillo Carrilo park. Uiteindelijk had ik de volgende dag nog een afspraak bij INBio.

Bezoek INBio.

De Nederlandse ambassadeur had mij aangeraden om een afspraak te maken met de mensen van INBio als wij samenwerking zochten met een locale organisatie voor onze activiteiten. Dat lukte niet erg, maar op de laatste dag in Costa Rica was het toch raak. December en januari zijn nu eenmaal de vakantiemaanden in Costa Rica. Daarom ben ik er ook. Maar het geeft ook problemen met officiële instanties.

INBio is een gerenommeerd research instituut op het gebied van biodiversiteit. Ik heb wel eens gerapporteerd over hun studies op LinkedIn Verder hebben ze een enorm park ingericht om met name de kinderen te informeren over de “rijkdom” van Costa Rica. Zie hun website: http://www.inbio.ac.cr/en/default.html

Ik had een afspraak met Randall Garcia, directeur voor bos beheerzaken. Ik heb met hem doorgesproken wat ons doel is en dat we inmiddels drie bossen hebben en daarbij graag wat steun zouden willen hebben voor het beheer. Hij heeft mij toegezegd om de zaak te onderzoeken. Ook met C.C.T. , Guisselle Monge en Olivier Chachot, omdat zij de verantwoordelijken zijn voor het Maquenque gebied. Dan zou hij een voorstel maken voor samenwerking, Dat leek mij een prima idee om Costa Rica te verlaten de volgende dagen.

Een lang verhaal over een lange tour. Ik hoop graag dat je het tot het eind hebt volgehouden. Veel mensen en veel bos. Buiten deze bezoeken heb ik natuurlijk ook nog tweemaal ConcepciĂłn de San Raphael de Heredia bezocht. Daar wonen Huite en Jitte, die ons weer een jaar voortreffelijk hebben vertegenwoordigd.

Hylke Sierksma