Reisverslag Hylke Sierksma – 2013

Inleiding.

Zoals gebruikelijk, ben ik ook dit jaar weer naar Costa Rica gegaan om o.a. de bossen van Oasebos te inspecteren en de contacten met de mensen, die ons helpen aldaar te onderhouden. Ik zou dat oorspronkelijk doen in januari, maar door omstandigheden moest ik toen plotseling terugkeren naar Nederland.

Ik doe de toer in vijf dagen en heb een kaartje bijgevoegd met de route.

Voordat ik vertrek bezoek ik eerst Jit Coers en Huite Zijlstra. Hier lag namelijk de portable computer, die we van Oasebos aangeschaft hebben voor Ulises. Al eind 2012, omdat ik toen naar CR vertrok. Speciaal geprepareerd met complete Spaanse software. Zijn eigen PC was namelijk kapot, had ik vorig jaar ontdekt. Niet dat hij erop kan werken. Zijn kinderen zorgen meestal voor de connectie en verwerking van de berichten. En ook op de afgelegen plek waar hij woont, is dat met de moderne techniek van mobiel internet met een smartphone goed mogelijk.
Het oorspronkelijke idee was, dat door mijn plotselinge vertrek, Huite de PC naar Ulises zou brengen. Hij was hier echter niet toe gekomen.

Ulises verzorgt de maandelijkse monitoring en controle van onze bossen in Maquenque.

22-4-2013 Op weg naar Maguenque

Eerst even mijn gehuurde Toyota HiLux 4 weeldrive ophalen. Geen luxe wagen, maar wel een fantastisch werkpaard, als je ongebaande wegen opgaat.

Gelukkig is het regenseizoen nog niet begonnen. Dat begint meestal half mei (naar later bleek, bleef het uit tot eind mei).

De eerste dag is een makkelijke tocht. Van San José naar Puerto Viejo de Sarapiqui. Zo’n 100 km. Je gaat dan een van de drukste “snelwegen” op richting Limon en halverwege sla je af. “Snelweg” betekent hier een klein stukje gescheiden 2-baanswegen en de rest 3 banen, een voor de berg op en 2 voor de berg af. Maar ook stukken met maar twee banen. Want je gaat omhoog en spectaculair. Er zit ook een tunnel in, de enige in Costa Rica. Spectaculair omdat je bijna een uur dwars door het nevelwoud rijdt. Aan alle kanten bergen met tropische bossen en watervallen. Wonder mooi. Want er vliegt zomaar een grote blauwe vlinder langs de kant. Ook gevaarlijk! Door het vele vrachtverkeer en in het regenseizoen “landslides”. Stukken bos-talud, die door de verzadiging van het regenwater naar beneden komen. Dan is de weg zomaar 24 uur gesperd. Dan sta je gewoon vast. Of je kunt mogelijk omrijden, maar dat kost zomaar weer tal van uren extra.

Ik leg dit uit, omdat ik deze weg al talloze malen heb gereden en soms is er dus een verrassing.

Het is gelukkig “rustig” en ik kom snel aan in Puerto Viego de Sarapiqui. Ze hebben deze plaats zo genoemd, omdat het vroeger een haven was, van waaruit goederen langs de Rio Sarapiqui naar de monding van de Rio San Juan werden vervoerd, waar een haven was voor zeeschepen richting de Verenigde Staten of zelfs Europa. Deze havens hebben allemaal hun betekenis verloren, toen Limon de belangrijkste haven werd aan oostkust.

Even inboeken in een hotelletje dat ik ken. De laatste updates op de computer van Ulises gezet, want dat lukte thuis niet. En dan op zoek naar Ulises. Hij woont in Pangola. Zo’n uur rijden over grindwegen, naar het noorden. Pangola ligt langs de Rio Torro.

Ulises neemt zijn computer in ontvangst, ik maak hem er een beetje thuis op en we wisselen foto’s en rapporten van zijn bezoeken uit. Daarna stel ik voor een bezoekje te brengen aan zijn overbuurman. De Nederlander Henk Morelissen, die hier in de jaren ’80 een teakplantage gesticht heeft en deze nu ombouwt tot een toeristisch bos. De plantage rendeert niet en er is nu een voetpad aangelegd in het oerbos, dat overgebleven was. De plantage wordt omgebouwd tot toeristische attractie. Er zijn tal van voorzieningen aangelegd en er worden tours georganiseerd door de eigenaren. “Cinco Ceibas” heet dit bos, naar de vijf bomen waar het voetpad langs leidt. Uitstekende installaties, maar de toeristen moeten nog komen. Er staat een enorme boom met nesten van de wevervogels. Verder zien we nog diverse paren rode en groene ara’s.
De volgende ochtend spreken we af om ca. 6 uur. Daarna terug naar Sarapiqui. Gedoucht, gegeten en op tijd naar bed.

De volgende morgen dus om 6 uur bij Ullises en zijn gezin. De twee nog thuis wonende kinderen worden ook wakker en moeten straks naar school. Hun oudste dochter zit op de universiteit in de stad Limon. Eerst krijg ik een “gallo pinto”, het karakteristieke ontbijt in Costa Rica. Rijst en bonen gemengd, met een bakbanaan en geklutste eieren. En natuurlijk koffie. Gesterkt gaan we snel op pad maar Copalchi, want dat was het doel van deze dag. Ik wilde Copalchi opnieuw weer eens doorkruizen.

Vanuit Pangola moet je dan eerst de Rio Torro over en dat kan. Over een hangbrug, die net breed genoeg is voor onze auto. De spiegels moet je dan wel even inklappen en het is dan lastig om in het midden te blijven, maar met een beetje hulp van Ulises lukt het en je krijgt ook na een paar keer ervaring. Ulises vertelde mij later, dat de bewoners van Pangola samen deze brug hebben geplaatst, dus hij weet uit ervaring, dat we er met onze auto overheen kunnen.
Toen ik bij de brug even omkeek om terug te rijden om mij beter te kunnen positioneren voor de brug, ontdekte ik een “zwarte kat”, die uit het bos kwam. Een Jaguarundi, die zowel in zwart en bruin voorkomt. Zoiets maakt de dag gelijk goed.

Vervolgens langs die Rio Torro, naar het noorden, naar het punt waar deze rivier zich weer samenvoegt met de Rio Sarapiqui; “La Union” heet dat dorpje en dat ligt vlak bij de zijweg naar Copalchi. Bij deze zijweg, waar ook het schooltje van Copalchi staat, staan nu ook twee openbare telefoons. Vooruitgang noemen ze dat. Terwijl de bewoners al lang 3G mobile telefoons hebben, hebben ze hier ook een telefoonkabel langs de weg gelegd (over palen naast de weg). Dit allemaal vanwege de toegangswegen naar de grens weg, langs de Rio San Juan, die van Nicaragua is en waarvan de Costaricanen geen gebruik kunnen maken. Een eeuwigdurend conflict tussen beiden landen, alleen maar door een “domme” vergissing om de grensrivier in zijn geheel toe te wijzen aan Nicaragua.

Omdat het nog steeds geen regenseizoen is kunnen we vrij makkelijk de zijweg naar Copalchi over en zelfs helemaal doorrijden naar ons bos over het terrein van onze buren. Ze hebben namelijk geen vee meer, maar hebben al het land beplant met “Yuca” ofwel cassave en andere wortelgewassen. De weg over hun “finca” is dus niet meer tot een baggerstraatje geworden.

“Yucca” is een belangrijk exportproduct van Costa Rica, want vooral de Cubanen in de USA gebruiken dit als hoofdvoedsel, zoals wij aardappelen gebruiken. Deze zijn in Costa Rica een groente.

Deze gewassen worden ook gegeten door de “Danta” of wel de tapir, waarvan we later de nodige sporen vinden. Dus zo zie je maar weer, hoe de inspanningen van een boer de natuur toch helpen.

We gaan op pad. Het doel is om de westzijde van Copalchi helemaal af te lopen tot het noorden. Deze “weg” is een open gehakte scheiding tussen ons bos en dat van de buurman. Zo geef je deze scheidingen aan. Dan heeft de natuur de mogelijkheid om van de een naar de andere te gaan, zonder belemmeringen. Het is een behoorlijke klauterpartij. Want dit is geen gebaande weg en soms vallen er wel eens bomen om. Aan het einde van de tocht komen we overeen, dat Ulises een paar arbeiders, “peones”, contracteert om deze “carril” weer vrij te maken van genoemde hindernissen. Dat doen ze dan met een “machete”, zo’n lang mes. De machete is het verlengstuk van de arm van de Costaricaanse arbeider. Het is ook handig om deze bij je te hebben als je het bos in gaat. Om de obstakels op te ruimen, maar ook om een slang te uit te schakelen, als je die onverhoopt tegenkomt.

De tocht was behoorlijk inspannend en dan ontdek je jezelf weer eens. Veel bureauwerk is niet bevorderlijk voor dergelijke wandeltochten. Zo’n 3 kilometer naar het noorden. Daar vinden we een bijna droog liggend riviertje op de scheiding tussen onze buren in het noorden. Omdat Ulises moeiteloos even dit, naar bleek moeras opliep, dacht ik dat doe ik ook maar even om een foto te maken. Dat was het einde van mijn camera, want al snel zakte ik tot mijn knieën in de modder. Ulises had dat niet in de gaten en ik kon er maar moeilijk weer uitkomen. Met de bagger in mijn laarzen gingen we op de terugweg en al snel ontdekte ik dat mijn camera het begeven had. Water in gekomen. Jammer, maar geen foto’s meer! Behalve een paar die Ulises voor mij maakte.

Rond twaalf uur waren we weer bij de auto. Je ziet niet veel dieren, maar wel de sporen ervan. Ulises kent ze allemaal. De plek waar de tapir slaapt en ook nog sporen van een poema. Dan eerst maar eens een ananas genuttigd, want je hebt behoorlijk wat calorieën verbruikt. Vervolgens even langs de buren, de familie van Carlos Chaves, op de hoek van de weg naar Copalchi en de rivier Sarapiqui. Hier worden we, zoals gebruikelijk, hartelijk ontvangen en kunnen gelijk meedoen met de lunch. Waarvoor natuurlijk hartelijk dank! Veel Costaricanen zijn altijd uiterst gastvrij.

Na dit “oponthoud” weer terug naar Pangola en vervolgens naar mijn hotel in Puerto Viejo de Sarapiqui. De camera kon ik niet meer aan de praat krijgen. Voldaan van een productieve dag, douchen, eten en weer snel op bed, want de volgende dag moet ik weer vroeg op pad. Voor dat ik de dag afsluit heb ik nog even een gesprek met Alexander Martinez (de huidige eigenaar van El Cerrito). Het proces om zijn eigendom aan te tonen zou de week erna plaatsvinden in het bos. Spannend voor hem, maar een goede kans dat hij het zou winnen en dan kunnen wij het van hem kopen en officieel op onze naam inschrijven. Later bleek, dat deze sessie niet doorging en de rechter aan de tegenpartij gevraagd had om nieuwe opgetekende kaarten in te leveren van zijn eigendom om hiermee de situatie beter te kunnen beoordelen. Kortom de bureaucratie gaat nog even door. Helaas nog geen uitspraak, maar die komt vast!

25-4-2013 Op weg naar Hojancha.

Van Sarapiqui naar Hojancha betekent dat je half Costa Rica moet doorkruizen. Van de ene klimaat zone naar tal van andere. Naar Cuidad Quesada, daarna over de bergen naar San Ramon en vervolgens via de “Interamericana” naar de brug over de Tempisque om op het schiereiland van Nicoya te komen. En dan rechtstreeks naar Hojancha, want ik wilde nog iets regelen bij het gemeentehuis. Pure Costaricaanse bureaucratie bleek achteraf. Het bos van Oasebos in deze gemeente stond nog steeds op naam van onze oud-voorzitter Arthur van der Linden. In het openbaar register van Costa Rica is dit al lang veranderd. Gemeentes als Hojacha gebruiken dit echter niet (kost te veel geld), met als gevolg dat we voor dit bos onder de oude naam nog steeds belasting moeten betalen. Even nieuwe gegevens indienen, denk je dan. Wel, dat kan niet zomaar. Uiteindelijk was de originele handtekening nodig van onze wettelijke vertegenwoordiger, Jit Coers. Die kon dan per post opgestuurd worden, want faxen met deze handtekening mochten niet helpen. Kortom, omdat het om een beschermd bos gaat betalen we nu geen belasting meer. En daar ging het om.

De volgende dag naar ons bos El Salto. Een uurtje rijden van Hojancha. Niet dat het zover weg ligt. Het is een gravelweg, dus dat gaat allemaal niet zo snel als we gewend zijn in Nederland. Natuurlijk was ik weer uiterst welkom bij Carlos en zijn familie. Na een koffie, te paard naar ons bos. Dat is een spannende onderneming, want al snel gaat het snel steil naar beneden. Iets waar de paarden geen problemen mee hebben, maar je moet ze wel zelf hun keuzes laten maken. Dus niet ingrijpen, terwijl er links of rechts van je steeds steile hellingen zijn. Dus geen aangename rit als je hoogtevrees hebt.

Ons bos ligt er nog steeds goed bij. Er moet alleen wat prikkeldraad aangelegd worden om de koeien van de buren de toegang te weigeren. Bij terugkomst hebben we dat meteen geregeld. Samen naar Hojancha, prikkeldraad gekocht en wat andere gereedschappen en Carlos kan dat de komende weken direct aanleggen.

Verder is de natuur hier onwaarschijnlijk mooi. Anders dan in Maquenque, want dit is droog subtropisch bos. De waterval en de rivier zorgen ervoor, dat dit gebied toch altijd groen is. Hoewel er ook droge riviertjes zijn, zeker op de grenzen van ons bos.

De terugweg is nog moeilijker, zeker voor de paarden. Zij gaan gewoon elke vijf minuten rusten om je weer omhoog te brengen. Af en toe even een slok water voor hen uit een beekje. En dan ben je weer terug boven bij het huis van Carlos. Ook hier krijg ik een lunch van rijst en bonen. Bedankt Carlos en familie! Dan dat reisje naar Hojancha om het prikkeldraad te kopen en weer terug. Dan zit de dag erop!

Terug naar het hotelletje, etc.

De volgende dag op weg terug naar San José. Toch een reisje van zo’n vijf uur. Dus vroeg op pad en onderweg ontbijten.

De bossen van Oasebos zijn in goede handen, ter controle, en dat stemt mij tevreden. Vervolgens kom ik voor de lunch weer aan in San José. De auto weer ingeleverd bij de verhuurmaatschappij en vervolgens met de taxi naar “huis”. Ik woon altijd bij vrienden in Moravia. Een buiten gemeente oostelijk van San José.

Dit was een verslag van even een toertje Costa Rica langs onze bossen. Het verhaal is behoorlijk lang geworden. Ik wilde u alles laten proeven, wat ik meemaak met deze tochten. Vandaar dus!

Hylke Sierksma